01 nov

Kennis is macht

Door Tanja Brave, lactatiekundige

betje

In Nederland begint 80%* van alle moeders met het geven van borstvoeding. In Nederland heerst echter geen borstvoedingcultuur. Kunstvoeding is de maatschappelijke norm en wordt beschouwd als een goed alternatief voor borstvoeding. Biologisch gezien zou borstvoeding de norm moeten zijn, je geeft alleen kunstvoeding als het niet anders kan.
Twee weken na de bevalling geeft nog maar 59%* van de moeders borstvoeding. Belangrijkste redenen om te stoppen zijn dat er te weinig moedermelk wordt gemaakt, het voeden pijnlijk is en dat het aanleggen moeizaam gaat.
Hoe kan het dat zoiets natuurlijks als het geven van borstvoeding zo ingewikkeld lijkt? Borstvoeding geven is een aangeboren vermogen, maar een aangeleerde vaardigheid. Dit wil zeggen dat je het van nature kunt, maar dat je het wel eerst moet leren, bijvoorbeeld net als leren fietsen. Bijna iedere moeder is in staat om borstvoeding te geven. Ook wordt vrijwel ieder kind geboren met reflexen om op de juiste manier aan de borst te drinken.
Er blind op vertrouwen dat de zorgverleners jullie na de geboorte van jullie kind alle fijne kneepjes van het borstvoeding geven zullen aanleren is niet aan te raden. Het feit dat het
geven van borstvoeding regelmatig op een teleurstelling uitloopt heeft voor een deel ook te maken met de kwaliteit van zorg rondom borstvoeding. Neem daarom samen je eigen verantwoordelijkheid. Kennis is macht. Het is niet moeilijk om zelf meer kennis van borstvoeding te hebben dan de gemiddelde zorgverlener. Lees een goed boek, bijvoorbeeld ‘Borstvoeding’ van Stefan Kleintjes en Mary Broekhuijsen en informeer jezelf op www.borstvoeding.com
Tijdens de borstvoeding informatieavond leer je de basisprincipes van het geven van borstvoeding. Met behulp van foto’s, een pop en een nepborst wordt de aanleg- en drinktechniek uitgelegd. Na afloop weet je wat je de eerste weken kan verwachten.
Ik ben er van overtuigd dat als aanstaande ouders zich goed voorbereiden op het geven van borstvoeding zij een betere start maken en bij problemen sneller de juiste hulp zullen weten te vinden.
Ondanks het feit dat er in de eerste weken nog veel moeders stoppen met het geven van borstvoeding, blijkt dat op de leeftijd van 6 maanden 39% van de baby’s nog uitsluitend moedermelk krijgt. In 2010 was dat nog maar 18%*.

*TNO – ‘Peiling Melkvoeding van Zuigelingen 2015’.