Controles

De Eerste controle
De eerste controle vindt plaats tussen de 8ste en 12de zwangerschapsweek (geteld vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie). De eerste controle duurt ongeveer een half uur en is uitgebreider dan de vervolgcontroles. Tijdens deze controle vragen we naar je gezondheid en je medische voorgeschiedenis. Ook komt de gezondheid van je partner en je familie aan de orde en worden eventuele vorige zwangerschappen besproken. Deze vragen zijn nodig om een zo goed mogelijk beeld te vormen van de eventuele risico’s voor jou en je baby, zodat wij je zo goed mogelijk kunnen begeleiden.

Tijdens de eerste controle wordt verder de bloeddruk en gewicht gecontroleerd. Vanaf de 12de zwangerschapsweek luisteren we ook naar het hartje van de baby. Daarnaast geven we je informatie over de zwangerschap.

“Ben je onder behandeling van een medisch specialist, of is je vorige zwangerschap begeleid door een andere verloskundige, neem dan alle gegevens die je hierover hebt mee. Neem als je medicijnen gebruikt de medicijnen mee naar de eerste controle”.

Bloedonderzoek
Je krijgt tijdens de eerste controle een formulier mee voor een bloedonderzoek. Dit bloedonderzoek is nodig om te onderzoeken of de gezondheid van je ongeboren kind gevaar loopt. De baby zou ziek kunnen worden door bacteriën of virussen die zich in je bloed bevinden. Worden er in je bloed bacteriën, virussen of stoffen gevonden die schadelijk zijn voor je kindje. Dan kan al tijdens de zwangerschap met de behandeling worden gestart. Ook kan er bij de bevalling rekening mee worden gehouden.

De bloeduitslagen vertellen wij je tijdens de volgende controle. Alleen bij bijzonderheden zijn met betrekking tot de uitslagen word je eerder op de hoogte gesteld.

Meer informatie over dit onderzoek vind je op de website van het RIVM.

Vervolgcontroles
De vervolgcontroles duren ongeveer 10 minuten. Ze vinden om de vier á vijf weken plaats en vanaf 27 weken frequenter.

Tijdens alle controles wordt je bloeddruk gemeten, je gewicht gecontroleerd, de groei van de baarmoeder beoordeeld en de harttonen van de baby beluisterd. Ook worden eventuele vragen beantwoord.

Het controleren van urine gebeurt alleen als er aanleiding toe is. Tussen de 24ste en 28ste zwangerschapsweek controleren wij het ijzer- en suikergehalte.
Als je een negatieve rhesusfactor hebt wordt er rond de 27ste zwangerschapsweek nog een keer bloed afgenomen om te controleren op eventuele aanmaak van antistoffen en de rhesusfactor van je baby te bepalen. Als uit dit bloedonderzoek blijkt dat je baby rhesuspositief is, krijg je rond de 30ste zwangerschapsweek een injectie met anti-D ter preventie van de eventuele aanmaak van antistoffen.

Frequentie van bezoeken
– Tot en met 27 weken elke vier weken
– Tot en met 32 weken elke drie weken
– Tot en met 36 weken elke twee weken
– Tot aan de bevalling elke week
Dit is geen strikt schema, de frequentie van de controles kan verschillen.