Onderzoeken voor de geboorte

De meeste kinderen zijn bij de geboorte gezond. Bij 3 tot 5% van alle pasgeborenen wordt een aangeboren afwijking vastgesteld. Bij een deel hiervan is het mogelijk de afwijking al voor de geboorte vast te stellen.
Je kunt er voor kiezen om je ongeboren kind te laten onderzoeken op deze aangeboren afwijkingen. Dit heet prenatale screening. Je kunt kiezen voor twee verschillende onderzoeken:

Screening op down-, edwards-, en patausyndroom (chromosoomafwijkingen)
Met de screening op downsyndroom (trisomie 21) kun je laten onderzoeken hoe groot de kans is dat je ongeboren kind downsyndroom heeft. Ook wordt gekeken naar de kans op twee andere aandoeningen: trisomie 13 (patausyndroom) en 18 (edwardssyndroom). Deze screening wordt al vroeg in de zwangerschap uitgevoerd. Jij kist zelf of je dit onderzoek wilt. Wij vragen je tijdens ons eerste contact of je meer informatie wilt over deze screening. Zo ja, dan volgt een uitgebreid gesprek. Je krijgt dan ook een folder mee waarin je het allemaal nog eens na kunt lezen.

20 weken echo (onderzoek naar lichamelijke afwijkingen)
De 20-wekenecho is een echo die je rond de 19e week van de zwangerschap kunt laten maken van je ongeboren kind. Hiermee wordt onderzocht of je ongeboren kind een open rug of open scheel heeft. Hierbij kunnen ook eventuele andere lichamelijke afwijkingen worden gezien. Wij vragen je tijdens het kennismakingsgesprek of je meer informatie over de 20-wekenecho wilt ontvangen. Als dat zo is, dan volgt er een uitgebreid gesprek. Je krijgt ook een folder mee waarin je de informatie nog eens rustig kunt nalezen.

“Deze onderzoeken zijn niet standaard, je bepaalt zelf of je deze onderzoeken laat doen.”

Meer informatie over deze onderzoeken vind je op www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl.